Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
696
hij in zijnen dampvorm volkomen onzigtbaar; in de koude ver-
toont hij zich terstond als een witte nevel, eu ademen wij hem
tegen eene koude vensterruit uit, dan zet hij er zich in den
vorm van droppels aan: de ruit beslaat.
375. De bij de dampvorming verbruikte warmte.
Proef a. In een vat met kokend water hange men een
Warmte thermometer. Hij zal het kookpunt aanwijzen en niet boven
^dam^p^" 100 graden C. stijgen, hoe groot een vuur men ook onder het
vat onderhoudt. Gedurende den geheelen tijd der dampvorming
blijft de temperrtuur der kokende vloeistof de zelfde. De in de
vloeistof dringende, voortdurend bijkomende warmte wordt tot
vorming van nieuwe dampen gebruikt, en verhoogt
noch de temperatuur van het water, noch de even zoo hooge
temperatuur der dampen boven het kookpunt.
Deze daadzaak laat zich op tweederlei wijze uitspreken, naar-
Gebon- dat men op de dampen let of op de kokende vloeistof,
worTen opstijgen.
van 1) In den zich' vormenden damp wordt eene hoeveelheid
warmte, ^yaj-mte opgenomen, die voor het gevoel en den thermometer niet
waarneembaar is.
Wet; Steeds wordt bij den overgang van
een vloeibaar ligchaam in den lucht-
vormigen toestand warmte verbruikt.
2) Voor de kokende vloeistof leidt de proef tot de vol-
gende uitkomst.
Wet: Eene reeds kokende vloeistof kan in
een open vat niet nog sterker verhit
worden.
Een levendig vuur is daarom ondoelmatig wanneer de vloei-
stof slechts aan het koken gehouden moet worden en bewerkt
niets anders dan dat een groot gedeelte daarvan in den lucht-
vormigen toestand overgaat. Menigmaal echter heeft men juist
ten doel, de vloeistof gedeeltelijk of geheel te verwijderen, door