Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
695
Fig. 404.
Proef. Beschouwt men den waterdamp, zoo als hij in eene
kookflesch onmiddellijk boven het kokende water opstijgt, dan
vindt men hem volkomen doorzigtig en onzigtbaar. Een
thermometer, dien men er in houdt, zal op het kookpunt blij-
ven staan. Zoo lang de waterdamp zijne warmte behoudt, blijft
hij in den eigenlijken dampvorm en is voor het oog niet waar-
neembaar.
Daar er voortdurend nieuwe damp gevormd wordt, zoo
dringt deze uit de flesch, en daar hij ligter is dan de lucht,
stijgt hij omhoog. Een thermometer zal aantoonen, dat hij bui-
ten het vat van zijne warmte verloren
heeft. Wordt de damp in de lucht a f-
gekoeld, dan verliest hij zijne door-
zigtigheid en vertoont zich nu in de
gedaante van een witten nevel
of van witte wolken. In groote hoe-
veelheid dringen deze uit het kookvat
wanneer men er door middel eener
buis koudere lucht inblaast en daardoor
den damp eenigzins afkoelt. In dezen
overgangstoestand tot de drupvormige
vloeibare gedaante , in dezen z ij n e n
nevelvorm, isdedamp slechts
ten halve verdigt en vormt
holle waterblaasjes, die zoo
klein en ligt zijn, dat zij door de lucht gedragen worden.
Boven de half verdigte , nevelvormige dampen, die uit het ko-
kende water zijn opgestegen, houde men een koud vast ligchaam
(een lepel, een schoteltje of eene glasruit). Daaraan worden
de dampen door volledige afkoeling geheel ver-
digt, zetten zich als kleine droppels aan enkeeren weder in
den drupvormig vloeibaren toestand terug.
Het zelfde nemen wij waar aan den waterdamp, dien wij
(met verschillende gassen) uitademen. In den zomer blijft
ce. nat. 45
Lang-
zame
verdig-
ting
van den
damp.
Nevel-
vorm
van den
halfver-
dlgten
damp.
Volko-
mene
verdig-
ting tot
droppels.