Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
693
het watervat in een verseh mengsel uit de zelfde bestand-
deelen gezet. Een ander verkoelend mengsel bestaat uit gelijke
gewigtsdeelen van salpeterzuren ammoniak en water, een ander,
dat veel gebezigd wordt, uit 5 deelen sal-ammoniak, 5 deelen
salpeter en 10 deelen water.
DE DAMPVORMING.
Fig. 403.
373. De dampvorming bij het koken.
Proef. Een kookflesehje of eene eenigzins wijde reageer-
buis vuile men half met water, omwikkele het glas nabij zijne
opening met papier, vatte het hier aan en houde het boven de
spirituslamp. Gemakkelijker is het, wanneer men een geschikt
drievoetje neemt, een ijzerdraad, volgens de in § 220 opgege-
vene wijze gebogen , er over legt, de kookflesch daarop, en de
aangestoken spirituslamp daaronder zet.
Binnen kort vertoonen zich aan de wanden van het glas vele
kleine parels, die omhoog stijgen. Het
zijn luchtbellen, die door de
warmte uitgezet en uit het water ver-
dreven worden. Tusschen de waterdeel-
tjes bevond zich lucht, die aan de vloei-
stof den verfrisschenden smaak verleen-
de, dien warm geworden water niet meer
heeft. Is het water heet geworden , dan
vormen zich op den bodem van het
glas grootere, zilverheldere blazen,
die eveneens opstijgen, maar daarbij
kleiner worden en aanvankelijk weder verdwijnen, zonder aan
de oppervlakte des waters te komen. Dit zijn blazen van
waterdamp, van water, dat door de warmte in den lucht-
vormigen toestand is overgegaan, maar gedurende het opstijgen
Het
koken.