Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
692
372. De koude in de omgeving van een smeltend
ligchaam. Een onmiddellijk gevolg dezer wet is, dat ieder
Koude smeltend ligchaam aan zijne omgeving warmte
omge- O nttrek t. In het voorjaar blijft de lucht koel zoo lang sneeuw
ving van en ijs smelten , omdat deze de aanmerkelijke hoeveelheid warmte
smeltend ^^ noodig hebben om vloeibaar te worden, aan de lucht al-
lig- lengs onttrekken. Eene kamer wordt koud, wanneer er vele
chaam. pgj.gonen in treden, aan wier voeten sneeuw hangt. Bevro-
ren wijn maakt men weder vloeibaar door de wijnflesch in
koud water te zetten, dat evenwel warmer is dan wijn; de wijn
ontdooit, onttrekt aan het water warmte, en er vormt zich ijs
rondom aan de flesch.
Proef. Men vuile een of ander vat ten deele met water of
Koude- sneeuw en onderzoeke zijn temperatuur door er een thermome-
mengsels. ^gj. ju te zetten. Daarop schudde men er versch tot poeder ge-
stooten salpeter in en roere dit mengsel om. Het mengsel zal
verscheidene graden warmte minder toonen dan te voren het
water alleen. Het salpeter gaat uit den vasten in den vloei-
baren toestand over en verbruikt daartoe warmte, die het aan
het water onttrekt.
Door zulke vermengingen van zouten met ijs, sneeuw of wa-
ter wordt eene koude voortgebragt, welke de suikerbakkers tot
het maken van kunstijs gebruiken. Voor ieder verkoelend
mengsel moeten de zouten versch tot poeder gestooten zijn,
en indien men eene toereikende koude wil verkrijgen in niet
te geringe hoeveelheid, ten minste twee of drie pond, genomen
worden. Het water, dat men in ijs wil veranderen, wordt in
een cilindervormige of beter platte metalen bus gegoten, en
deze zet men in eene grootere geheel met wol omringde kom,
in welke hel verkoelend mengsel gedaan wordt. Dit kan uit 6
deelen glauberzout en 4 deelen zoutzuur zamengesteld worden;
de ijsbereiding, die op eene koele plaats en na voorafgaande
afkoeling van het daartoe te gebruiken water verrigt wordt,
duurt dan veertig minuten; na de helft van dezen tijd wordt