Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
691
heid warmte ingedrongen als in het water. Het water is door de
ingedrongene warmte warm, maar de sneeuw vloeibaar
geworden, zonder merkbaar toe te nemen in warmtegraad; de
warmte is tot het vloeibaar maken der sneeuw verbruikt geworden.
Proef e. In den pot, die het tot 77 graden C. verwarmde
water bevat, schudde men onder snel omroeren een pond sneeuw
van nul graad en dompele er een thermometer in zoodra de
sneeuw gesmolten is. Het kwik daalt en zet zich op nul. De
sneeuw heeft dus evenveel warmte tot het smelten verbruikt
als noodig is om eene gelijke hoeveelheid water van 0° tot 77°
te verwarmen.
Geheel het zelfde verschijnsel heeft bij het smelten van an-
dere ligchamen plaats. Altijd wordt tot den overgang van een
vast ligchaam in den vloeibaren toestand eene bepaalde hoeveel-
heid warmte vereischt, die zijne temperatuur niet verhoogt,
maar bij en tot dien overgang verbruikt wordt.
Ieder ligchaam is uit kleine deeltjes zamengesteld, die boven theo-
en naast elkander liggen en <1®''
atomen.
atomen genaamd worden.
De atomen raken elkander
niet aan, maar zijn door tus-
schenruimten van elkander ge-
scheiden, die grooter of klei-
ner zijn, al naar den toestand
waarin het ligchaam verkeert.
Bij de vaste ligchamen schij-
nen die tusschenruimten het kleinst te zijn; grooter zijn zij
bij vloeistoffen, nog grooter bij de luchtvormige ligcha-
men. Bij het verwarmen worden de atomen van elkander ver-
wijderd, bij het verkoelen worden zij door hunne onderlinge
aantrekking weder nader tot elkander gebragt.
Wet: Steeds wordt tot den overgang van
een vast ligchaam in den vloeibaren
toestand warmte verbruikt.
Fig. 402.