Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
690
hittens niet meer zoo innig als te voren met elkander vermengd
bleven en dat de plaat om te smelten dus eene aanmerkelijk
hoogere temperatuur dan vroeger noodig had, waarom men van
het gebruik dezer platen heeft afgezien.
371. De gebondene warnite van eene drupvormige
vloeistof.
Gebon- Proef a. Op een kouden winterdag vuile men een schotel
dene met sneeuw of gestampt ijs .en zette dien in de nabijheid der
warme kagchel. Dompelt men een thermometer in de sneeuw,
drup- dan zal hij, in geval zij zeer koud is, eerst verscheidene graden
vloeStof. beneden het vriespunt aanwijzen. Allengskens echter verwarmt
zich de sneeuw, en de thermometer rijst tot nul. Maar nu stijgt
hij niet hooger, ofschoon er voortdurend van de kagchelwarmte
in de sneeuw dringt en ze doet smelten; gedurende den
geheelen tijd van het smelten blijft hij onbewe-
gelijk op het zelfde punt staan, en eerst wanneer
het laatste stukje sneeuw gesmolten is, stijgt de temperatuur
van het nu vloeibaar gewordene water. Alle bijkomende warmte
wordt tot op dit oogenblik besteed om het vaste ligchaam in een
vloeibaar te veranderen en is niet in staat geweest zijne tempe-
ratuur te verhoogen.
Proef Men vuile twee gelijke potten, den eenen met
een pond water van 0°, den anderen met een pond sneeuw
van 0°, en zette die op de kook-
plaat eener heet gestookte kag-
chel. Zoodra de sneeuw gesmolten
is, neme men beide potten van de
kagchel. Eeeds door het indoopen
van den vinger zal men vinden dat
het water in het eerste vat warm ge-
worden, maar het sneeuwwater in het tweede vat koud gebleven is.
Zet men er een thermometer in, dan wijst hij in het eerste ruim
7 7 gr. C. of 62° E., in het tweede O gr. Beide potten ontvingen van
de kagchel even veel warmte, in de sneeuw is de zelfde hoeveel-