Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
684
een el hoog, kan, aan een goed trekkende schoorsteen verbon-
den, eene kamer van 10 ellen lang, 3,5 el breed en even zoo
hoog, met 4 groote vensters, behoorlijk verwarmen.
368. Het ontstaan der winden. Gelijk die luchtstroo-
Ontstaan ontstaan, welke wij togt noemen, zoo ontstaan ook de
luchtstroomingen van grooteren omvang, welke wij winden
heeten. Boven eene heete landstreek der aarde wordt de lucht
heet en stijgt loodregt op, eu nabij de oppervlakte der aar-
de dringen andere, koudere luchtstroomen in hare plaats. De
wind ontstaat dus door ongelijke verwarming der lucht, die
haren grond in de ongelijke verwarming der aardoppervlakte
heeft.
Zeer regelmatig toonen dit de land- en zeewinden, die
Land- dagelijks aan bijna alle kuststreken, aan de noordkust der Mid-
dellandsche zee, aan de kusten van Engeland en aan de oever-
zee-
winden, landschappen van groote binnenzeeën waaijen. Eenige uren na
zonsopgang verheft zich een zwakke luchtstroom van de zee
naar het land toe; deze zeewind neemt toe naarmate de zon
hooger stijgt en bereikt na twee uren des namiddags zijne groot-
ste sterkte. Het land wordt sterker door de zonnestralen ver-
warmd, de lucht daar boven stijgt omhoog, en de koudere zee-
lucht stroomt als zeewind van onderen in de warmere landlucht.
Allengs wordt de zeewind zwakker, en na zonsondergang heeft
er eene windstilte plaats ; de luchtlagen boven land en zee heb-
ben alsdan eene gelijke warmte. Maar gelijk het land sneller
warm wordt, wordt het ook sneller afgekoeld , en om m i d d e r-
nacht trekt een luchtstroom van het land naar de warmere
zee; de landwind groeit in den loop van den nacht aan en
gaat weldra na zonsondergang liggen.
369. De omloop van den geheelen dampkring. De ge-
Passaat- dampkring der aarde bevindt zich in een bestendigen om-
winden. loop, zoo wel de passaatwinden, dat wil zeggen de regelma-