Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
681
Kg. 395.
toegang hebbe. Onderzoekt men nu met een reepje bladgoud of
met den rook van eene glimmende was-
rol, welken weg de lucht in de nabij-
heid van den cilinder neemt, dan zal
men vinden, dat zij onder in den
cilinder instroomt.
De door den cilinder bijeen gehou-
dene verwarmde lucht vormt eene
luchtkolom van des te geringer gewigt,
hoe meer zij verhit en dus uitgezet
is. Rondom echter is de cilinder door
eene luchtkolom omhuld, die met
hem gelijke hoogte, doch, omdat zij
eene lagere temperatuur bezit, een
grooter gewigt heeft. Deze uitwendige luchtkolom oefent, we-
gens de voortplanting van de drukking der lucht naar alle zij-
den, eene drukking uit op de lucht, die zich onder in den
cilinder bevindt, stroomt van onder in en drijft de verwarmde
luchtkolom in de hoogte. Hoe hooger de cilinder is, des te
hooger is ook de uitwendige luchtkolom, wier overwigt den lucht-
stroom bewerkt, des te levendiger is gevolgelijk die luchtstroom,
en tot zekeren grens ook de verbranding en het licht der lamp.
Volkomen op de zelfde wijze wordt de luchtstroom in de gehoor-
schoorsteenen, het zoogenaamde trekken
voortgebragt. In fabrieken, die een aanmerkelijk vuur, dat een
sterken stroom vordert, noodig hebben, bouwt men hooge
schoorsteenen, omdat daardoor de werkende uitwendige lucht-
kolom hooger en derhalve haar overwigt grooter wordt; eene al
te groote hoogte brengt echter het nadeel te weeg, dat de op-
stijgende luchtkolom zich van boven te zeer afkoelt. De schoor-
steenen van oude gebouwen zijn meestal te wijd en brengen
niet den toereikenden stroom voort, omdat de groote lucht-
massa die zij omsluiten slechts zwak verwarmd wordt, en hare
temperatuur die der uitwendige lucht slechts weinig overtreft.
44»
daarvan^ steenen.