Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
680
Fig. 394.
vormige strook geknipt. Men begint aan den rand , knipt in
eene spiraallijn verscheidene malen om het
middelpunt heen en laat aan het middel-
punt zelf een klein schijfje staan. Vat men
daarbij de strook aan, dan hangt zij in
de gedaante eener slang met onderscheidene
windingen naar beneden, en houdt men ze
zoo boven eene kaarsvlam of in de nabijheid
der gestookte kagchel, dan heft de opwaarts
stroomende warme lucht het beneden-
einde der slang op, door zijne zwaarte daalt
het weder, wordt weder opgeheven en danst
op deze wijze op en neêr. Het zelfde verschijn-
sel verkrijgt men, wanneer men de slang met haren kop vast
op een breinaald steekt, die van onderen in een plankje of eene
kurk bevestigd is. Legt men den kop der slang zoodanig op
het boveneinde der naald, dat hij daarop zweeft, dan brengt
de opstijgende luchtstroom de slang in eene draaijende beweging,
op eene gelijksoortige wijze als de wieken der windmolens door
den wind in draaijende beweging gebragt worden.
Wanneer de zonnestralen in eene pas geveegde, nog met stof
gevulde kamer vallen, dan ziet men de door de zonnestra-
len verwarmde luchtdeeltjes met het stofopstij-
gen; in iedere verwarmde kamer bevindt zich de warmere
lucht boven, gelijk men reeds door het gevoel kan waar-
nemen , en op de bovenste galerij van een vollen schouwburg
is het ondragelijk heet. De soort van luchtbollen, die men
Montgolfières noemt, wordt aan het stijgen gebragt wanneer
men de daarin bevatte lucht door vuur, dat men er onder ont-
stoken heeft, verwarmt en ligter maakt, § 348 en volg.
367. IiTichtstroom en luchtverwarming.
Proef a. Boven eene brandende korte kaars zette men een
Lucht-
stroom. lampeglas, dat op twee houten staafjes rust, opdat de lucht