Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
662
Fis. 385.
vende stuk worde horizontaal naar de linker zijde gebogen.
Van de beide loodregte
einden I en II zal het
eerste digter bij het
oog des waarnemers
zijn en zich vóór het
tweede bevinden. Aan
het uiterste einde ter
regter hand geeft men
met de vijl van onde.
ren eene kleine inke-
ping om daar eenen
draad te kunnen vast-
binden. Bij gebrek aan
een ander onderstel kan
men het linker einde van den koperdraad door de kurk eener
flesch steken en daardoor het geheel laten dragen. Aan het ho-
rizontale gedeelte tusschen I en II wordt nu een tweede ko-
perdraad gehangen, die slechts dun is, ten minste eene lengte
van drie palmen heeft en van boven tot een haakje omgebogen
wordt. Over deze koperdraad schuive men een stukje kurk, en
binde daaronder, ten hoogste 1 duim van het ophangpunt van den
koperdraad, een anderen dunnen zijden of katoenen draad aan ;
het andere einde van den draad wordt regts om de inkeping van
den sterkeren koperdraad bevestigd. De draad moet gespannen
zijn, en de hangende koperdraad daardoor een weinig naar de reg-
ter zijde van de loodregte lijn afwijken. Nog plaatse men onder
den hangenden koperdraad eene kurk, naar van boven de punt
eener naald uitsteekt; het ondereinde van den koperdraad bevin-
de zich digt boven de punt der naald. Houdt men de s r i r i t u s-
1 a m p onder het langere, horizontale gedeelte van den koper-
draad, boven het midden van den zijden draad, dan wordt de
koperdraad door de hitte uitgezet; zijn regter einde
beweegt zich naar de regter zijde en trekt door middel van den