Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
655
zij ze met drooge bladeren , zwaaijen ze in de lucht heen en weêr
en doen door waaijen eene heldere vlam ontstaan. Eenigzins vol-
komener is het uit s t a a 1 e n vuursteen bestaande vuurslag.
Gelijk door de heftige en plotselinge wrijving van op elkander
geslagene kiezelsteenen kleine stukjes steen gloeijend losgerukt
worden, en gelijk men des avonds bijna bij iederen stap van een
paard over eene geplaveide straat deeltjes van het hoefijzer gloei-
jend naar alle rigtingen ziet vliegen , zoo neemt men, wanneer
men met een vuurstaal op een vuursteen slaat, talrijke vonken
waar, die sterk genoeg zijn om zwam, tonder of vergaan hout
vuur te doen vatten. Laat men de vonken op wit papier vallen
en beschouwt men ze door een vergrootglas (een brandglas),
dan herkent men daarin stukjes staal, die ten gevolge der hef-
tige wrijving gloeijend geweest zijn. Onze s t r ij k 1 u c i f e r s ont-
branden wanneer men daarmede over eene ruwe oppervlakte
strijkt. Bij het bereiden der lucifers doopt men eerst het eene
einde der houtjes in gesmoltene zwavel, laat die bekoelen en
overtrekt ze met eene brandstof, die uit phosphorus, arabische
gom en veelal ook salpeter zamengesteld is. Phosphorus alleen
zou reeds bij eene gewone zomerwarmte van zelf ontbranden,
door zich met de zuurstof der lucht te verbinden; daarom smelt
men den phosphorus door hem te verwarmen terwijl hij in een ijze-
ren bak of pan met water is bedekt, brengt hem nu door schudden
in dit water, tot dat het bekoeld is, tot een fijn poeder, voegt er
gom en salpeter bij en doopt de zwavelhoutjes in deze slijmach-
tige massa. Zoo zijn de phosphordeeltjes rondom met gom be-
kleed, die het toetreden der lucht verhindert; bij het strijken der
lucifers wordt het gombekleedsel losgerukt of afgewreven en de
phosphorus zoo verwarmd, dat hij zich onder ontbranding met de
zuurstof van den daaraan rijken salpeter verbindt en zoo lang
brandt tot de zwavel ontvlamt, die daarna het hout doet ontbran-
den.
355, II. Opwekking van warmte door zamenpersen.
Proef. Een smal stukje gom-elastiek worde snel en sterk in