Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
652
Harmo-
nische
kleuren.
Fig. 383. van een boek of een blad papier I zette
men zoo op, dat het schuin door het dag-
licht getroffen wordt. In een scherpen
hoek daarmede zette men een blad dun
schrijfpapier II, dat meestal een weinig
doorschijnend is. Bevindt het oog zich
aan de op de teekening zigtbare zijde
van het witte papier, dan ziet het het
licht, hetwelk door het gekleurde, b.v. gele, voorwerp terug ge-
kaatst wordt, door het witte blad heen schemeren. Nu zette
men echter digt voor het witte papier een potlood; het daglicht
veroorzaakt daar achter eene schaduw, en in deze dringen de
gele lichtstralen en kleuren ze in werkelijkheid geel. Maar op
de eene begrenzing der schaduw, volgens de teekening aan de
linker zijde, bevindt zich eene plaats, waarheen de gele stralen
niet kunnen dringen, en die er daarom wit moest uitzien.
Hier vertoont zich eene smalle strook, die de aanvullingskleur
violet schijnt te hebben.
Door den levendigen indruk eener bepaalde kleur voor zwak-
kere indrukken van de zelfde soort ongevoelig geworden, vor-
dert het oog de aanvullingskleur. Eerst door het bijko-
men van deze wordt het bevredigd. Beide stemmen harmonisch
met elkander overeen , omdat zij te zamen een mengsel van wit
licht geven, gelijk het oog gewoon is dit van de hoofdbron des
lichts op aarde, van de zon, te ontvangen. Om deze reden noemt
men de aanvullingskleuren ook harmonische kleuren en
beschouwt men het als een hoofdregel van een goedea smaak
bij de zamenstelling van verschillende kleuren, dat de aanvul-
lingskleuren naast elkander geplaatst worden. Zoo zullen, bij de
schikking van een ruiker bloemen, zoodra er roode bloemen in
voorkomen, gewassen met toereikend groen bijgevoegd, en de
oranjekleurige bloemkroonen naast de blaauwe, alsmede de gele
naast de violette geplaatst moeten worden.