Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
646
stof zien wil, een horizontalen, de andere maal een loodregten
stand geeft.
Proef A. Ziet men dwars door een stuk wit vensterglas,
dan schijnt het volkomen doorzigtig en kleurloos. Maar legt
men verscheidene stukken daarvan boven elkander, of ziet men
door of op den kant van die strook, dan toont zij eene groen-
achtig blaauwe tint. Het zelfde verschijnsel bieden ijs en water
aan, 't geen bewijst, dat zij niet volkomen doorzigtig zijn.
In 't algemeen vertoonen doorzigtige ligchamen
zich meer of min gekleurd, zoodra grootere
massa's daarvan het licht terug kaatsen of
doorlaten.
Zoo heeft ook de lucht in grootere massa's eene schoone
Het blaauwe kleur. In de aanmerkelijke hoogten, waartoe men
'''des"' luchtbollen opgestegen is, en op de toppen van hooge ber-
hemels. gen, waar men dunnere en meer doorzigtige luchtlagen boven
zich had , zag men de onverlichte wereldruimte met zijne zwarte
tint. Eerst de dampkringslucht, welke bij voorkeur de blaauwe
stralen terug kaatst, geeft aan de hemelruimte voor het oog zijne
blaauwe kleur. Het blaauw des hemels wordt bleeker gemaakt
door rook- en stofdeeltjes en inzonderheid door waterdampen,
die als ligte nevelsluijers in den dampkring zweven. Daarom
toont de hemel het zuiverste blaauw na eenen regen, wanneer
deze met de lucht vermengde deeltjes neergeslagen zijn.
Oorzaken van het avond- en morgenrood zijn de in
Het de lucht bevatte waterdampen. Volkomen luchtvormige water-
en mor- TOlmaakt doorzigtig en kleurloos; door afkoeling ver-
genrood. digt hij zich tot een witten nevel. Tusschen beide toestanden
ligt een trap van overgang uit den dampvorm in
den nevelvorm.
Proef c. In eene niet te sterk of in het geheel niet ver-
warmde kamer zette men een vat met kokend heet water bij een
door de zon beschenen venster, neme zijn standpunt zoo ver
mogelijk daarvan af en zie door den opstijgenden damp naar eene