Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
631
komen te evenaren. Wat onder de subjective instrumenten de
loupe in de kijkkast is, dat is onder de objective de toover-
lantaarn; naast het zamengestelde mikroskoop plaatst zich
het zonne- en het gas-mikroskoop, en gelijk de verre-
kijker tot de beschouwing, zoo dient de camera obscura
tot afbeelding van verwijderde voorwerpen.
HET GEKLEURDE LICHT.
345. Ontbinding van het witte zonnelicht in gekleurd
Vervaar-
licht. Voor de volgende proeven wordt een p r i s m a vereischt. diging
Een prisma is eene driehoekige staaf van glas, water of eene
O O • prisma.
andere doorzigtige stof en laat zich het goedkoopst op de vol.
gende wijze vervaardigen. Men laat zich door een glazenmaker
twee even groote strooken van gewoon wit vensterglas snijden,
welke de gedaante van een lang-
werpig vierkant, eene lengte van
10 duim en eene breedte van 4
duim hebben. De onderste lange
kanten dezer strooken glas wor-
den, nadat zij boven de spiritus-
lamp goed verwarmd zijn, met flesschenlak aaneen gehecht, zoo-
dat hare bovenste kanten 4 duim ver van elkander afstaan. De
beide einden van het dus ontstane driehoekige vat sluit men
door driehoekige plankjes A en B, die zoo gesneden zijn, dat
ieder hunner zijden 4 duim lang is; zij worden insgelijks met
lak vastgehecht. De aaneenhechting moet overal waterdigt zijn,
en wanneer zij zich voor het oog als zoodanig vertoont, door
het ingieten van water beproefd en op de gebrekkige plaatsen
verbeterd worden. Bij het gebruik houdt men het gevulde wa-
terprisma zoo met de hand, dat de zamengevoegde kanten zich
van onderen bevinden.
Proef. In eene kamer, waarin zonnestralen vallen,
cb. kat. 41