Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
617
objectief als oogglas eene loupe van 1 duim brandpunts-afstand
behooren; volgens § 336 vergroot de loupe zoo veel maalais
haar brandpunts-afstand in den gezigtsafstand van 25 duim be-
grepen is, dus 25 maal. Het beeld, dat het voorwerp 2 maal
in grootte overtreft, wordt derhalve door de loupe weder 25
maal vergroot. Gevolgelijk vertoont zich het voorwerp 25 X
2, of 50 maal vergroot. Maar 50 duim was de brandpunts-af-
stand der voorwerplens, 1 duim die van het oogglas, en daar-
uit volgt: de astronomische verrekijker vergroot
zoo veel maal als de brandpunts-afstand van het
oogglas in dien van het voorwerpglas begrepen
i s. De vergrooting valt des te sterker uit, hoe grooter de
brandpunts-afstand van het voorwerpglas , en hoe klein er die
van het oogglas is. De brandpunts-afstanden der lenzen laten zich
door proeven (§ 320«) ontdekken. Om de vergrootende kracht
van kleine verrekijkers, van welken aard zij ook zijn, te leeren
schatten en onderscheidene met elkander te vergelijken, beproeve
men , op welke afstanden men met de verschillende instrumenten
in staat is, een en de zelfde gedrukte letters te lezen.
Hoe grooter men den brandpunts-afstand van het voorwerpglas
en hoe korter men dien van het oogglas kiest, des te meer ver-
groot wel de verrekijker, maar des te kleiner wordt ook de
ruimte, die men met behulp van den verrekijker overziet, het
gezigtsveld. Tevens neemt bij korteren brandpunts-afstand
van het oogglas de h e 1 d e r h e i d af; nogtans moet een astro-
nomische verrekijker zulk eene helderheid hebben, dat men daar-
mede op helderen dag de gesternten kan vinden en waarnemen.
Zoo beperken de eischen, die men aan een verrekijker te doen
heeft, elkander wederkeerig, en de kunst van den gezigtkundige
bestaat daarin, dat hij aan ieder zijn regt laat wedervaren.
2. De aardverrekijker. Geen verrekijker heeft eene zoo
groote helderheid en duidelijkheid als de astronomische; bij de
beschouwing van aardsche voorwerpen ligt echter de wensch
voor de hand, om deze niet omgekeerd, maar regt te zien.
40*