Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
612
men eene sterkere lens aan het instrument en onderzoeke of
met deze nog meer bijzonderheden daarvan zich vertoonen. Wan-
neer men niet zeer volkomen mikroskopen bezigt, dan zal men
dikwijls bevinden, dat dit niet het geval is.
*338.* Ondoorschijnende voorwerpen en kristallisa-
Ondoor- tiën. Behalve het onderzoek bij verlichting van onderen af, door
^devoor-" Voorvallend licht, vereischen vele voorwerpen ook nog eene be-
werpen. schouwing bij verlichting van boven op. Gewoon kiezelzand b. v.
vertoont zich fraai doorschijnend als het verlicht wordt zoo als
in de vorige § aangewezen is; maar niet minder fraai ziet men
het als het op een donker gekleurd ondoorschijnend plaatje of
schijfje op de voorwerpplaat gelegd en de buis van het mikros-
koop weder juist gesteld is. Het is nu slechts veel minder sterk
verlicht; om hieraan te gemoet te komen, is er aan de meeste
mikroskopen vóór aan de oogbuis eene bolle lens zoo geplaatst,
dat men haar de vereischte rigting en afstand van het voor-
^ werp geven kan om de door haar convergent gemaakte stralen
van het dag- of lamplicht juist op het voorwerp te doen za-
menkomen.
Proef a. Men losse een weinig ammoniakzout in veel
Kristal- water op, brenge een droppel van deze oplossing op een glazen
lisatie plaatje, verwarme dit zacht boven eene spiritusvlam, en zoodra
zo^^en. droppel eenige zoutdeelen beginnen
te vertoonen, brengt men die plaats spoedig onder de voorwerp-
lens van het mikroskoop. Men ziet dan door de voortgaande ver-
damping van het water zich steeds nieuwe zoutdeelen aanzetten
en zich in fraaije vertakkingen schikken. Na eene van tijd tot
tijd herhaalde verwarming is al het water verdampt, en alleen
eene voor het ongewapende oog niets belangrijks vertoonende
zoutvlek overgebleven, waarin onder het mikroskoop de kristal-
vormen duidelijk te zien zijn.
Men herhale de zelfde proef met eene evenzeer sterk
verdunde oplossing van aluin, van salpeter, van k o-