Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
609
afgeronde randen. Op deze wijze laat zich de vervalsching van
een weefsel, dat men voor zuiver linnen uitgeeft, ontdekken.
Proef«/. De brandhaartjes van een brandne-
tel. Men plukke een brandnetel en brenge die voorzigtig naar
huis. Legt men de glasplaat van het mikroskoop op de tafel,
snijdt boven de plaat verscheidene van de haartjes of borstels van
den brandnetel af en schuift mende glasplaat met deze haartjes
onder het mikroskoop, dan neemt men, in geval men voorzigtig
te werk gegaan is, ten minste aan een der borstels een knopje
waar, hetwelk met het haartje een eenige cel uitmaakt. Aan
een anderen borstel is het knopje misschien open gesprongen
en heeft zijn scherp brandend sap op de glasplaat uitgestort;
aan de meeste zal het geheel afgesprongen zijn.
Proef P. De spiraalvaten. Een roze-, eiken- of wijn-
gaardblad worde zoo gescheurd, dat de gescheiden stukken nog
door de fijne, witte vezeltjes verbonden blijven. Een dezer ve-
zeltjes snijdt men met de schaar af en brengt het onder het mi-
kroskoop. Men zal schroefachtige, spiraalvormige vaten ontdek-
ken , afzetsels uit de plantensappen, die zich in de cellen ge-
vormd hebben.
Proef ƒ Stijfsel (zetmeel). In de plantencellen is onder
anderen zetmeel bevat. Er worden eenige korreltjes zetmeel op
de glasplaat gestrooid en er een dekglas opgelegd; het aardap-
pelenzetmeel vertoont zich in de gedaante van eivormige bolle-
tjes, die uit vele over elkander gelegde schalen bestaan. Tar-
wezetmeel daarentegen heeft het aanzien van vlak gedrukte, lens-
vormige korrels.
Proef g. Bloesemstof. Zelfs het kleinste bloesemstof
ontbindt zich onder het mikroskoop in afzonderlijke korreltjes.
Voor elektrische proeven heeft men (proef 193) Semen Ly-
c o p o d i i noodig; een weinig daarvan doe men op de glasplaat,
en brenge er een droppel water en dan een dekglaasje op.
Mikroskopische onderzoekingen uit het
d i e r e n r ij k.