Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
608
Mikros-
kopi-
sche
waarne-
mingen.
Mikros-
kopi-
sche
onder-
zoekin-
gen uit
het plan
tenrijk.
in het oog komt. Bij avond kan men in de nabijheid eener hel-
der brandende lamp waarnemingen doen. Bij den aankoop van
een mikroskoop komt het vooral op tweederlei omstandigheid
aan: op de sterkte der vergrooting, die tusschen vijf en twin-
tig en vijf honderdvoudige lengte-vergrooting kan af-
wisselen, en op de helderheid en zuiverheid van het beeld.
Mikroskopische onderzoekingen. Het mikroskoop
heeft tot gewigtige ophelderingen over het zamenstel van plan-
ten en dieren geleid. Een groot aantal van zulke onderzoekingen
laat zich reeds met minder volkomene mikroskopen en zonder
groote voorbereidingen uitvoeren.
Mikroskopische onderzoekingen uit het
p 1 a n t e n r ij k.
Proef ff. De plan ten cel. In water, dat langen tijd in
een glas heeft gestaan, en bijna in alle stil staande wateren vindt
men groene vlokken, die uit fijne draden bestaan en den naam
van water dra den (conferva) dragen. Men brenge een dezer
draden in een waterdroppel op de glasplaat van het mikroskoop,
. legge er een dekglaasje op, en men zal in het mikroskoop kun-
nen zien, dat de draad uit cellen bestaat, die als in een parel-
snoer op eene rij aan elkander zitten. De cel, de grondvorm
van alle plantvormingen, vertoont zich aan het oog op eenvou-
dige wijze in de beschouwde zuivere cellenplant; tevens ziet men
dat elke cel gesloten is.
Proef h. Gedaante der cel. De ronde of zeshoekige
gedaante der cellen neemt men het gemakkelijkst waar in het
merg van den vlierboom, van de zonnebloem, van de biezen. Met
een scheermes verschaft men er zich door eene dwarssnede een
zeer dun schijfje van en brengt het droog onder het mikroskoop.
Proef f. Linnen en katoen. Aan den vorm hunner
cellen kan men vlas en boomwol onderscheiden. Vlas of hennip
met zijne lange cellen ziet er onder het mikroskoop als een
overal even sterke, ronde"draad uit. De cellen met dunne wan-
en van een katoenvezel vertoonen zich als een platte band met