Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
603
heeft later plaats. Naar den graad der verzigtigheid of kortzig-
tigheid moet men, opdat de lieelden naauwkeurig en zonder
inspanning van het oog op het netvlies vallen, sterkere of zwak-
kere glazen, dat wil geggen, lenzen van sterker of geringer wel-
ving of diepte kiezen. Daarom heeft men de brillen in verschil-
lende nummers; meestal geeft dit nummer het getal der (oude,
fransche of rijnlandsche) duimen aan, welke de bol, waarover
de bril geslepen is, in middellijn heeft; de kleinste nummers be-
hooren tot den kleinsten bol, hebben de sterkste welving en
zijn het scherpst. Een brilglas moet van zuiver, helder glas en
goed geslepen zijn. Bovendien moeten de glazen van een brih
zal deze goed doen, met zorg en kennis worden gekozen, juist
naar de behoefte van hem die daarvan gebruik zal maken.
Hieruit blijkt hoe dwaas men handelt door een toevallig ge-
vonden bril op eigen gezag in gebruik te nemen of zich in de
keuze daarvan door onwetenden te laten leiden, die bovendien
nog dikwijls slecht geslepen glazen aanbieden.
Nog op eene andere wijze laat zich de werking der brillen
beschouwen. Een verziend oog ziet op grooteren afstand dui-
delijk; het komt er daarom op aan, het de voorwerpen meer
verwijderd en tevens, opdat zij nog onderkend kunnen worden,
grooter te doen zien. En door een bol glas schijnen immers,
volgens proef 314, voor het oog, dat er doorheen ziet, de voor-
- werpen meer verwijderd en grooter. Wederom ziet een b ij z i e n d
oog op geringer afstand duidelijk, en volgens proef 315 6 vertoo-
nen zich de voorwerpen digter bij wanneer zij door een hol glas
beschouwd worden.
336. De loupe en het enkelvoudig mikroskoop. Lonpe
Wanneer wij een zeer klein voorwerp duidelijk willen
zien, zullen wij het zoo digt mogelijk bij het oog brengen; youdig
want het vertoont zich grooter naarmate het digter bij is.
Maar de geringste verte voor het duidelijk zien bedraagt voor
een gezond oog twintig duim; voor nog naderbij gebragte
koop.