Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
134
vlies; de lichtstraleu worden door de kristallens niet'sterk
genoeg gebroken, om zich vroeger te vereenigen; de weg
der lichtstralen tot aan de vereeniging tot een beeld is
in een verziend oog te lang.
De kortzigtigheid berokkent men zich daardoor, dat men
zich gewent, het te beschouwen werk zeer digt bij het oog te
brengen. De kristallens wordt daardoor op den duur zoo bol,
dat wel de beelden van nabijzijnde voorwerpen het netvlies tref-
fen, maar men
351. jjgj jjjgj. meer in
zijne magt heeft,
voor de verte het
oog in te rigten.
De lichtstralen,
van een verwij-
derd punt £ uit-
gaande , worden te sterk gebroken en te vroeg in een
punt e vereenigd, dat vóór het netvlies ligt. De weg
der lichtstralen tot aan de vereeniging tet een beeld is
in een bij ziend oog te kort.
335. De brillen. Als hulpmiddel voor ver- en kortzigtigen
worden lensglazen gebezigd, die den naam van brillen dra-
gen en tot dat einde eerst, naar men wil, door een italiaan-
schen monnik Alexander van Spina omstreeks het jaar
1300 vervaardigd zijn.
Bij een verziend oog is de breking te zwak, en de ver-
eeniging der stralen heeft te laat plaats. Maar bolle glazen bre-
ken de lichtstralen zoodanig, dat zij tot elkander naderen en
zich vroeger vereenigen. Daarom moeten bolle brilglazen
door verzienden gebezigd worden. — Omgekeerd naderen de
lichtstralen in een b ij z i e n d oog te zeer tot elkander en worden
te vroeg vereenigd. Door holle glazen worden echter de
stralen uiteen loopend, hunne vereeniging wordt opgehouden en