Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
601
op het netvlies. Omgekeerd wordt de kristallens bij de beschou-
wing van afgelegene voorwerpen vlakker, zoodat ook nu
de beelden juist op het netvlies worden geworpen.
334. Verzigtigheid en kortzigtigheid. Met den ouder- Verzig-
domof door verwenning kan het oog zijn accommodatievermogen tigheid
verliezen. Neemt het slechts verwijderde voorwerpen duide- ^igtig.
lijk waar, zonder zich voor het zien in de nabijheid te kunnen heid.
veranderen , dan is het verziend geworden. Onderscheidt het
daarentegen slechts nabijzijnde voorwerpen zonder zich voor het
zien in de verte te kunnen inrigten, dan is betoog bijziend
geworden. Verzigtigheid en kortzigtigheid hebben het gemis of
eene ontoereikendheid van het accommodatievermogen gemeen;
zij ontstaan evenwel, vooral de eerstgenoemde, niet uitsluitend,
ja dikwijls niet hoofdzakelijk door een gebrek in de organen, die
aan het oog dit vermogen geven.
De verzigtigheid heeft menigmaal bij gevorderden ouderdom
plaats, wanneer de
35 0. vochten in het oog
zich verminderen en
de kristallens en het
hoornvlies eene min-
der bolle gedaante
aannemen; dikwijls
echter vindt men dit
gebrek reeds vroegtijdig bij jagers, landlieden, in 't algemeen
bij de zulkeu, die gewoon zijn hunne oplettendheid op ver afgele-
gene voorwerpen te vestigen. Het-jbestaan der verzigtigheid be-
speurt men daai-aan , dat men gewoon schrift achter de kaars of
ten minste verder van het oog verwijderd moet houden dan 20
a 24 duim, op welken afstand het voor een gezond oog het dui-
delijkst is. Daar het oog het vermogen niet meer heeft om zich
voor nabijzijnde voorwerpen behoorlijk te veranderen, zoo valt
het beeld n van een nabijzijnd voorwerp N achter hetnet-
39*