Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
600
afstand van de lens. Daarom zouden slechts voorwerpen die
zich op een bepaalden afstand van het oog bevinden door de
kristallens juist op het netvlies afgebeeld kunnen worden; de
beelden van verwijderde voorwerpen zouden digter bij de lens
ziju en voor het netvlies vallen, en omgekeerd zouden de
beelden van digter bij gelegene voorwerpen achter het net-
vlies vallen, en insgelijks geen duidelijk zien mogelijk maken.
Proef. Men houde een potlood of een aan het eene einde
verkoold zwavelstokje zoo in de hand, dat er slechts een heel
kort puntje van het potlood of de kool uitsteekt, en brenge
deze op een afstand van 18 a 20 duim of een weinig verder,
waarop men het puntje scherp ziet, voor het eene opene oog.
Ziet men de n a b ij z ij n d e punt duidelijk, dan vertoonen de
verwijderde voorwerpen zich nevelachtig en in elkander vloei-
jende; de stralen die er van uitgaan worden bij dezen toe-
stand van het oog niet op het netvlies vereenigd. Bleef het oog
altijd in dezen toestand, dan zou het verwijderde voorwerpen
nooit duidelijk zien. Nu zie men echter naar een veraf ge-
legen voorwerp; neemt men het duidelijk waar, dan wordt
het nabijzijnde puntje der kool niet duidelijk gezien. Het oog
heeft thans eenen anderen toestand aangenomen, waarin het
slechts in de verte duidelijk ziet. >
Heeft men een geruimen tijd aanhoudend in de verte gezien,
en wendt men daarop den blik naar nabijzijnde voorwerpen, dan
gevoelt men dat er in het oog eene verandering voorvalt, die
het eenige inspanning kost. Aan het gezonde oog is de merk-
waardige eigenschap verleend, zijne gedaante te veranderen en
zich tot het zien in de verte en in de nabijheid in te rigten.
Dit vermogen om zich naar den afstand der voor-
werpen te schikken, heet het accommodatiever-
mogen van het oog. Bij beschouwing van nabij zij n de
voorwerpen wordt door eene zamenwerking van verschillende
spieren in het oog de kristallens sterker bol; nu valt het beeld,
dat zonder zulk eene verandering er achter zou liggen , juist