Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
599
en neder gaan. Door de opening 1 ziet men den bal in zijn
laagsten stand; deze indruk blijft totdat men den bal door de
tweede opening hooger geklommen ziet, en weder duurt deze
tweede lichtindruk voort tot de derde opening voor het oog
komt en het den bal in nog hooger stelling doet zien. De al-
dus voor het oog gevoerde stellingen van het voorwerp maken
op het oog den indruk alsof de bal steeds hooger klom en van
zijn hoogste punt voor de zesde uitsnijdingen tot het laagste,
onder de eerste opening weêr nederviel. Misleidend laten zich
door middel van grootere zoodanige wonderschijven of
stroboscopische schijven bewegingen van menschen,
dieren of werktuigen voorstellen , terwijl men ze in de bij hunne
beweging op elkander volgende stellingen teekent 1).
333. Accommodatie-vermogen van het oog. Een voor- ^gjom.
werp kan slechts dan duidelijk gezien worden, wanneer de stra- moda-
len , die er van uitgaan, juist op het netvlies vereenigd
worden, of, met andere woorden, wanneer het beeld van het van het
voorwerp juist op het netvlies valt. Wij zagen boven reeds, dat
de beelden door het als eene lens werkende zamenstel van het
bolvormig begrensde waterachtig vocht en de kristallens op het
netvlies worden gevormd. Maar hu hebben de beelden, door een
bol lensglas ontstaan, geenszins alle den zelfden afstand van de
lens. Volgens proef 313 « en /; is het beeld van een verwijderd
voorwerp digt b ij de lens, en het beeld van een nabijzijnd
voorwerp er verder van v e r w ij d e r d; slechts voor even
ver verwijderde ligchamen vallen de beelden ook op gelijken
I) Men verkrijgt een fraaijer efTekt, door de schijf wat grooter,
b. V. van 18 h 20 duim middellijn, te nemen, tien in plaats van
zes insnijdingen in den rand te maken eu dan den bal niet slechts
Stijgende, maar ook weder dalende af te beelden; dat wil zeggen, hem
onder de zevende insnijding een stand als onder 5, onder de achtste
als onder 4 te geven, enz. Ln.
cr. nat. 39