Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
596
breinaald geschoven, welke de figuren ^van koperdraad tot een
volledigen driehoek, regthoek of halven cirkel met middellijn
maakt, en tevens de as vormt, om welke de draaijing moet
plaats hebben.
Opdat de draaijing snel en regelmatig genoeg geschiede,
schuift men over het benedengedeelte der breinaald eene ron-
de sch ij f bordpapier, welke de dienst van een vliegwiel
verrigt, en klemt ze door eene er boven en eene er onder ge-
schovene kurk vast. De naald wordt met de vingers, terwijl
men ze van boven aanvat en daarna loslaat, in draaijende be-
weging gebragt. De loodregte stand wordt aan de naald daar-
door verzekerd, dat men in eene strook kaartpapier aan haar
eene einde een gat boort, waarin de naald zich met genoegzame
speelruimte beweegt; de strook verkrijgt hare plaats zoo ver mo-
gelijk naar boven, doch onder de bovenste kurk, die telkens een
der figuren opneemt. Een langere strook van een speelkaart of
van dik papier wordt op de tafel gelegd, haar midden omhoog
gebogen en er een gat in geboord; het benedeneinde der naald
wordt er doorheen geschoven en de einden der onderste strook
kunnen door voorwerpen, die men er oplegt, bezwaard wor-
den. Eene geringe oefening is toereikend om aan den toestel eene
snelle beweging te kunnen mededeelen. Men ziet bij het om-
draaijen van den eersten draad een kegel; is de tweede draad
er ingezet, dan ziet men eenen cilinder, bij den derden een bol.
Proef c. Een cirkelvormige schijf van omstreeks een palm
middellijn worde van stevig, niet te licht gekleurd karton of
bordpapier vervaardigd; in het midden blijve zij ondoorgesne-
den; er blijve aldaar een klein cirkelvlak over. Van daar af
echter verkrijge de ronde schijf zes of nog meer uitsnijdingen,
die niet te smal genomen moeten worden. Het is gemakke-
lijk , deze schijf snel te doen draaijen , door ze over het beneden-
einde eener breinaald te schuiven, en met de linker hand de
strook kaartpapier, doorboord als in proef b, van boven vast te
houden, terwijl men met duim en vinger der regter hand de