Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
595
332. De voortduring van den indruk des lichts. Een
lichtindruk, op het netvlies ontstaan, houdt niet plotseling op,
maar duurt nog eenigen tijd voort eer hij geheel verdwijnt. Vol-
gen nu twee lichtindrukken zoo snel op elkander, dat de eerste
nog voortduurt wanneer de tweede er bij komt, dan vloeijen
zij in eene enkele waarneming zamen en worden door het oog
gelijktijdig waargenomen.
Proef Op eene rol, een potlood, teekene men een punt
met krijt aan en late ze snel op de tafel voortrollen. Het hel-
dere punt beweegt zich zoo snel, dat het zich voor het oog
reeds op de tweede, derde en nog meer plaatsen zijner cirkelvor-
mige baan vertoont, terwijl het nog op de eerste gezien wordt;
er vertoont zich een witte cirkel, die het potlood omgeeft. — Zoo
kan men ook eene glimmende kool in het donker snel in
een kring ronddraaijen, en men zal een lichtenden cirkel zien.
Proeft. Gelijk de voorgaande proef aanschouwelijk maakt,
dat eene lijn, hetzij eene regte of eene cirkelvormige, door be-
weging van een punt ontstaat, zoo kan men ook de voortduring
van den lichtindruk bezigen
Fig. 345. Qjjj j,ich het ontstaan van lig-
chaamsvormen aanschouwelijk
voor te stellen. De kegel-
vorm ontstaat door de om-
wenteling van een regthoekigen
driehoek, de cilinder door
die van een regthoek, de
bol door de omwenteling
van een halven cirkel. Daar-
om buige men een zeer b 1 a n-
k e n en niet te dunnen geel-
koperdraad tot deze, in nr. 1, 2 en 3 voorgestelde figuren
en make daaraan van onderen een loodregte verlenging om ze
in eene kurk te kunnen vastzetten. De kurk wordt met tame-
lijke v/rijving zoo ver mogelijk naar beneden over eene dikke
Voort-
during
van den
licht-
indrok.
Ont-
staan
van den
den ci-
linder
en den
bol.