Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
594
Dubbel houdend beide oogen op den naasten vinger, dan valt zijn beeld
in beide oogen op het midden van het netvlies en hij wordt
enkel gezien. Daarentegen ziet men den versten vinger dub-
bel; zijn beeld ligt in het regter oog links, in het linker regts
van het midden van het netvlies. Ziet men strak naar den ver-
sten vinger, dan ziet men den naastbij zijnden dubbel.
van
een
voor-
werp.
*331. De stereoskoop. Bij de verklaring der werking van
De ste- dit thans algemeen bekende toestelletje moet men twee dingen
koop. in aanmerking nemen, als: 1°. de twee daarin geplaatste figuren
vertoonen zich als één, omdat de van elk daarvan in het oog
Kg. 344.
komende lichtstralen door de
daarvóór in de kokertjes TT ge-
plaatste prisma's zoo gebro-
ken worden, dat zij van
een en het zelfde voor-
werp afkomstig schijnen
(§ 319), en 2die figuur ver-
toont zich nu niet meer plat,
maar verheven ligchamelijk, om-
dat de beide figuren niet
volkomen gel ij k, maar
zóó geteekend of gephotographieerd zijn, als zich het voor-
werp, dat zij voorstellen, vertoont aan het regter en aan het lin-
ker oog des beschouwers. Het is toch klaar, en bij proefneming
zal het gemakkelijk zijn zich daarvan te overtuigen, dat men
met het regter oog meer van de regter, en met het linker oog meer
van de linker zijde eens voorwerps ziet. Dit is niet het geval
bij ééne afteekening van dat voorwerp, en daarom moeten wij
om eene schilderij b. v. goed en regt diep, zooals men het noemt,
te zien, dit doen met één oog, liefst nog door een koker of door de
holle hand. In den stereoskoop zien wij met elk oog het voorwerp
juist zoo als het, wanneer het verheven was, zich vertoonen zóu,
en wij kunnen dus niet anders dan het voor verheven houden.