Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
593
Fig. 343. gebroken, dat zij zich Waar-
op het naar boven
gelegene punt a op werpen
het netvlies vereenigen.
Het gevolg dezer ver-
eeniging van stralen
is tweeledig. Ten eer-
ste ontstaat er een beeld van het punt. Ten tweede maakt de
gezamenlijke werking der stralen den indruk op het netvlies,
als kwamen zij in de rigting van den midden door de lens gaan-
den ongebroken straal b a. In deze rigting ligt naar ons oordeel
het geziene punt, wij volgen die en vinden het punt naar b e-
n e d e n. Eveneens zoeken wij een van boven liggend punt, dat
aan het benedengedeelte van het netvlies stralen toezendt, in de
rigting naar boven, waar het ligt. Wij zien daarom de ligcha-
men regt, omdat wij naar den indruk en de rigting der licht-
stralen oordeelen; het ontstaan van het beeld op het netvlies
is slechts een bijkomend verschijnsel en een kenteeken, dat de
stralen , die van een punt uitgaan, ook weder in een punt van
het netvlies een gemeenschappelijken indruk veroorzaken.
Voorts zien wij de dingen met beide oogen enkel, omdat Waarom
van beide oogen af de rigting der stralen ons noopt om ieder ^eide
punt te zoeken op die eene plaats waar het zich bevindt. Dit oogen
kunnen wij echter slechts dan, wanneer de beelden van het ge- ^g^pg^
ziene ligchaam op overeenkomstige plaatsen van het netvlies enkel
vallen, hetzij in beide oogen op het midden van het netvlies, of
in beiden regts van het midden of in beiden links daarvan.
Valt het beeld van een voorwerp in het eene oog op de regter,
in het andere op de linker zijde van het netvlies, dan zijn wij
niet gewoon, beide voor indrukken van een en het zelfde ligchaam
te houden, en zien het dubbel, gelijk de volgende proef leert.
Proef. Men houde twee vingers loodregt vlak achter elkan-
der voor het gezigt, zoodat de eene twee of drie palm, de an-
dere verder van het oog afstaat. Kigt men nu oplettend en aan-