Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
589
Fig. 341. het digst bij het oog staan,
hebben den ouderlingen
afstand A B, terwijl de
................meest verwijderde slechts
........................door den afstand E F van
S t^-''"' elkander gescheiden schij-
nen te zijn. Zeer duide-
lijk , wordt ook, zoo als
het de oogen toeschijnt, de ruimte tusschen de ijzeren sporen
van een spoorweg op toenemenden afstand steeds kleiner, en de
laatste huizen eener lange straat vertoonen zich als zeer
klein, en de straat zelve als zeer smal.
Proef c. Legt men een haar op een donker voorwerpen Onzigt-
verwijdert men zich daarvan, dan wordt tevens de gezigtshoek
voor de dikte van het haar steeds kleiner, en het haar houdt y^p ^et
weldra op voor het oog zigtbaar te zijn. Houdt men het haar voorwerp
voor een witten achtergrond, dan is het op een grooteren afstand kleinen
zigtbaar dan voor een donkeren achtergrond. ^^'ek'
Wordt de gezigtshoek al te klein, dan wordt
het voorwerp niet meer gezien; het hangt van zijne ge-
daante, van de verlichting en van den achtergrond af, wanneer het
ophoudt zigtbaar te zijn. Daarom onttrekt een in de lucht zwe-
vende vogel zich aan onze blikken wanneer hij zich ver verwijdert
en zijnen gezigtshoek zeer verkleint; daarom neemt men op groo-
teren afstand de afzonderlijke deelen van een huis of
toren niet meer waar. Om de zelfde reden worden door ons niet
gezien de tusschenruimten tusschen de boomen vaneen
verwijderd bosch of tusschen de planten van een verwijderd
veld, die zich als een zamenhangend geheel voordoen, en de kleine
ruimten , door welke de uur w ij z e r van een horologie bij eiken
slag der onrust zich beweegt, ontsnappen aan onze waarneming.
328. Optische misleidingen over afstand en grootte.
De gezigtshoek is de maat, waarnaar ons verstand de grootte