Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
587
hoogste grenspunt a eenen lichtstraal n o, en aan zijn laagste
punt h den straal b o; beide stralen maken in het oog eenen
hoek s, welke de gezigtshoek, waaronder de stok wordt ge-
zien, genoemd wordt. De hoek, welken de stralen, die
van twee tegenover elkander liggende grens-
punten van een voorwerp komen, in het oog
vormen, heet de Grezigtshoek of de schijnbare grootte
van het voorwerp.
PrX)ef Men houde digt naast elkander twee stokken van Beoor-
ongelijke hoogte, laat beiden in loodregten stand met hunne
benedeneinden het tafelblad aanraken , en het oog zich met dit grootte
laatste in eene horizontale lijn bevinden. Dan ontvangt het van ^
de onderste grenspunt
der stokken den licht- hoek.
straal b o, van hfit
hoogste punt van den
kleinen stok den straal
r O en van de hoogste
plaats des grootsten
den straal a o. De ge-
zigtshoek a O b van het
grootere voorwerp is
grooter dan de gezigtshoek rob van het even ver van het oog
verwijderde kleinere voorwerp; de gezigtshoek van den kleineren
stok is slechts een gedeelte van dien des grooteren. Hoe
grooter daarom bij eener lei afstand een voorwerp
is, des te grooter is ook zijn gezigtshoek; en om-
gekeerd, hoe grooter de gezigtshoek is, onder welken op be-
kenden afstand een voorwerp zich vertoont, des te grooter moet
ook het voorwerp zelf zijn. Daarom beoordeelen wij de
grootte van een voorwerp naar de grootte van
zijn gezigtshoek en dwalen daarin niet ligt bij bekenden
of gewonen afstand van het voorwerp.
Proef b. Terwijl het oog zijne standplaats in horizontale