Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
578
getroffen wordt, moet het punt, van waar zij uitgaan, daar
zoeken waar zij schijnen zamen te komen, in het punt g\ maar
ook alle andere stralen, die van de punt G der vlam op de lens
vallen, schijnen na de breking uit g te komen; een oog,
dat zich digt voor de lens, omtrent boven o, bevindt, wordt in
allen gevalle door vele daarvan getroffen, en het hoogste punt
G van het voorwerp vertoont zich voor het oog in g. Het voor-
werp vertoont zich daarom regtop en meer verwijderd van de
lens, daar g zich verder van de lens vertoont dan ff, hetgeen
ook met het onderste gedeelte der kaars het geval is.
323. Verschijnselen door holle lenzen.
Proef a. Holle of concave lenzen vindt men in de brillen
Holle of lorgnetten voor kortzigtigen, en men kan daarmede de proe-
^vTr^" ven verrigten zonder dat zij uit hun monteersel behoeven geno-
strooi- men te worden. Men neme een stuk bordpapier of karton, of
^Hclu^ ook een plankje van ten minste een palm vierkant, en make
stralen, daarin in het midden een rond gat, een weinig kleiner dan het
holle glas, dat men tot
Fig. 331. proef wil bezigen.
Houdt men deze schijf
in het zonnelicht, zoo-
dat de stralen daar
loodregt opvallen, en
eeu stuk wit papier
daarachter, dan ziet
men op dit laatste eea
helder verlichte plek,
in grootte en gedaante
juist gelijk aan de opening der schijf. Maar plaatst men het
holle glas daarvoor, dan wordt die plek: 1® grooter en 2° min-
der sterk verlicht, en terwijl zonder het glas de afstand, waarop
men het witte vlak bield, niets aan de plek veranderde, ziet
men die nu al grooter en grooter worden, naarmate men dit