Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
571
Fig. 3 23. wijdige grensvlakken vallen; in het
glas tredende, wordt hij naar de in-
valsloodlijn toe gebroken en neemt
den weg B C; maar in het punt C^
waar hij in de minder digte lucht uit-
treedt , wordt hij even zeer van de
invalsloodlijn af gebroken en gaat
van C naar Oy waarbij O (7 evenwijdig
is met A B. Wanneer daarom een lichtstraal door
eene vlakke glasruit heengaat, dan is de uit-
tredende straal e v e n wij d i g me t d en invallenden.
Een oog, dat zich in O bevindt, meent het punt A op de plaats
a te zien; alle voorwerpen vertoonen zich niet naauwkeurig
op hun ware standpunt, maar een weinig daarvan afgeweken.
Zijn de glasschijven van geringe dikte, zoo als onze venster-
ruiten, dan is deze afwijking gering en slechts dan gemak-
kelijk te bemerken, wanneer men er zeer schuin door heeu ziet.
Proef. Op een horizontaal liggend papier zij eene regte lijn
van de linker naar de regter zijde van den waarnemer getrok-
ken, en over een gedeelte der lijn legge men een stuk ven-
sterglas, of, beter nog, een stuk dik spiegelglas. Voor het oog
dat er zich loodregt boven bevindt vertoonen zich de beide dee-
len der lijn, dat onder en dat buiten het glas ligt, velkomen aan
elkander sluitend; maar zoodra men het oog ter zijde beweegt,
wijkt de lijn onder het glas van die daar buiten af, en wel des
te meer, naar mate men schuiner door het glas ziet en ook naar
mate dit dikker is.
*I3 de glasplaat, waar men door heen ziet, niet even dik,
maar loopt zij naar eenen kant scherp uit, dan worden de licht-
stralen die er door heen gaan niet slechts verplaatst, maar ook
geheel van rigting veranderd. Men ziet dit het best met behulp
van een driehoekige glasstaaf, een prisma, zoo als dit ge-
woonlijk wordt genoemd. Daardoor heen gezien vertoonen zich
de voorwerpen zeer sterk óf naar regts óf naar links, naar boven