Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
570
gen dan op het hoogere gedeelte van het hellend vlak, op de
zelfde mjze als de lichtstralen in eene digtere stof. Een rond
staafje worde boven op het vlak gelegd; het rolt naar beneden
en valt schuin op de scheidingsvlakte 7'/; zijn eene einde is
in het punt h en beweegt zich langzaam, terwijl zijn andere
einde nog in ƒ is en sneller voortgaat. Daarom zwenkt het
geheele staafje, en zijne einden doorloopen nu de lijnen b g tn
d h. Had het de scheidingsvlakte onder regte hoeken getroffen,
dan zou er geene zwenking plaats gehad hebben. Laat T/ de
grens zijn tusschen een gebaanden weg en een geploegden ak-
ker, en in de rigtingen a b en c d een regiment ruiterij in een
draf komen aanrijden. Op het veld aangekomen, kunnen de
paarden slechts stapvoets gaan. Daar het regiment slechts in
schuine rigting tegen de grens van het veld aanrukt, rijdt de
eene vleugel van ƒ naar d nog in den draf, terwijl de andere,
in h vroeger op het veld gekomen, reeds langzaam voortrukt.
Door dit snellere voortrukken van den eenen vleugel wordt de
stelling der geheele kolonne anders, zij zwenkt en zet in (ie
banen d h en b g haren marsch voort. TVare zij onder regte
hoeken op het veld aangekomen, dan zou er geene reden tot
zwenking bestaan hebben. Zoo gaan ook de onder regte hoeken
invallende stralen ongebroken verder, terwijl daarentegen schuin
invallende eene breking moeten ondervinden.
319. Breking door vlakke glasplaten. Gelijk bij de
Breking terugkaatsing van het licht vlakke, bolle en holle spiegels ver-
boor schillende verschijnselen voortbrengen, zoo worden de licht-
glas- stralen bij hunnen doorgang door vlakke glasplaten an-
schijvcn. ders gebroken dan door bolle en door holle glazen.
Een lichtstraal, die schuin door glas heengaat, treedt uit de
lucht in het glas, en daaruit weder in de lucht, en moet zoo wel
bij zijne intrede in het glas als bij den uitgang daaruit eene
breking ondergaan. Laat de van het punt A komende straal A B
in B schuin op eene dikke vlakke glasplaat met even-