Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
569
Fig. 321. valt, verandert hij zijne rig-
ting of wordt gebroken. Ter-
wijl hij, gelijk proef a geleerd heeft,
in het zelfde vlak loodregt op de
scheidingsvlakte blijft, wordt de straal
lu O bij den overgang in het digtere
ligchaam zoodanig gebroken, dat hij van de invalsloodlijn min-
der afwijkt; hij wordt naar haar toe gebroken en komt in n.
Komt echter een straal ?/ o bij het punt o in een minder
digt ligchaam, dan wijkt hij na de breking nog meer van de
invalsloodlijn af en slaat den weg o m in-
Wet: Gaat een schuin invallende licht-
straal in een digter doorzigtig lig-
chaam over, dan wordt hij hierin naar
de invalsloodlijn toe gebroken; gaat
hij in een ij Ier ligchaam over, dan
wordt hij daarin van de invalslijn af
gebroken.
De verschijnselen der straalbreking verklaart men daaruit, Verkla-
dat het licht in de digtere ligchamen zich met eene gerin- ring der
gere snelheid voortbeweegt dan in de minder digte. Ten
gevolge daarvan moet een schuin invallende stralenbundel aan
de scheidingsvlakte eene zwenking ondergaan, zoo als de vol.
gende proef dit voorstelt.
Men bcdekke het bene-
denste gedeelte van een
hellend vlak met een ge-
spannen gehouden glad
doek, doch zoo, dat de
bovenste kant van het
doek T f schuin over het
hellend vlak loopt; eene
naar beneden loopende rol
zal zich op het doek met geringer snelheid voortbewe-
37*