Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers, [1e afd., serie 1], dl. 12-14
Auteur: Crüger, F.E.J.; Logeman, W.M.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, 1861
2e, verb. en verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 174 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204279
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen, Natuurkunde: meetmethoden, meettechnieken en instrumentatie van de natuurkunde
Trefwoord: Natuurkunde, Experimentele natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der natuurkunde, door de eenvoudigste proeven toegelicht
Vorige scan Volgende scanScanned page
568
Breking
bij den
over-
gang in
een dig-
ter lig-
chaam.
Fk. 320.
Wetten
over dc
breking
van het
licht.
grond men zien kan, houdt men voor minder diep dan zij
zijn, en in de heldere wateren der heete luchtstreek is de
misleiding, door de breking voortgebragt, zoo aanmerkelijk,
dat men onder den waterspiegel groeijende zeeplanten, die
door de langste riemen nog niet bereikt worden, dikwijls bijna
met de hand meent te kunnen vatten.
Zet men den stok loodregt in het water, dan vertoont hij
zich voor het oog, dat er zich boven bevindt, als niet ge-
broken.
Proef In de voorgaande proeven ging de lichtstraal
steeds uit eene digtere stof in eene
minder digte, uit water in lucht; om-
gekeerd kan echter het licht ook uit
eén minder digt in een digter doorzig-
tig ligchaam overgaan. Op eene door
de zonnestralen beschenen plaats zette
men achter eene strook papier van
twee a drie duim hoogte een glas,
dat water bevat, het papier zal eene schaduw werpen, die in het
glas korter is dan er buiten. De stralen , die de schaduw be-
grenzen , nemen in de lucht een anderen weg dan wanneer zij
in schuine rigting uit lucht in water treden ; in het digtere lig-
chaam, het water, naderen zij meer de loodregte rigting. Bij
zorgvuldige waarneming is de schaduw in het glas waar te ne-
men, ofschoon de proef door aanwending van een vierlioekig
met water gevuld glazen kastje of van een massiven glazen dob-
belsteen veel duidelijker uitvalt.
Uit deze proeven blijkt duidelijk dat een lichtstraal, die uit
eene doorzigtige stof in eene andere overgaat, zijne rigting in
het eene geval niet verandert of er ongebroken door heen
gaat, namelijk als hij het scheidingsvlak regthoekig treft.
Den regthoekig invallenden straal a b noemt men de invals-
loodlijn voor het getroffene punt o. Zoodra een licht-
straal schuin op eene andere doorzigtige stof