Boekgegevens
Titel: Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Deel: III
Auteur: Bolderman, H.J.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1889
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1324 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204273
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
61
der verwijderd zijn. Men vraagt hoever die punten vóór de
beweging van het hoekpunt verwijderd waren.
5) Men vraagt den eersten terra en de reden van eene reken-
kundige reeks, als gegeven is dat de som der eerste drie
termen 21 en de som van de vierkanten van die termen
165 is.
6) Men vraagt de som van 20 termen van de rekenkundige
reeks , waarvan de som der eerste drie termen 18 en de
sora van de vierkanten van die termen 110 is.
7) De eerste terra van eene meekundige reeks is gelijk aan
aan dien van eene rekenkundige reeks, bovendien is de
reden van de eerste reeks gelijk aan het verschil van de
tweede. Als nu de tweede term van de eerste en de tweede
term van de tweede reeks te zamen 11 zjjn en de derde
term van de meetkundige reeks vermeerderd met het pro-
duct van haren eersten en tweeden term 30 oplevert, hoe
groot is dan de vierde terra van de meetkundige reeks?
8) Men vraagt de reden van eene meetkundige reeks, waarvan
de sora van drie op elkander volgende termen 28 en de
som van de tweede machten van die termen 336 is.
9) Als A jaarlijks f 1600 , B f 2025 interest van zijn kapitaal
geniet, beide te zamen in een jaar f 3600 aan interest
ontvangen zouden, indien zij hunne percenten verwisselden,
en B /■ 5000 meer bezit dan a , hoe groot is dan ieders
kapitaal en tegen hoeveel percent is het uitgezet ?
10) Iemand heeft twee even groote partijen laken tegen ver-
schillende prijzen voor f 500 gekocht; hij verkoopt beide
partijen met / 1 winst per meter, meet op het eene stuk
1 en op het andere 2 M. in en wint ƒ 81 ; had hij beide
partijen met f 0,50 winst per meter verkocht en op ieder
stuk slechts 0,5 M. ingemeten, dan zou hij / 44 50 gewon-
nen hebben. Men vraagt de lengte en den inkoopsprijs van
ieder stuk.
oaussische logarithmen.
V Men vraagt log, è + l) log. h + log. + 1 j,
gegeven is, dat log. a = 2,86629 en log. i = 2,85429 is.
als