Boekgegevens
Titel: Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Deel: III
Auteur: Bolderman, H.J.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1889
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1324 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204273
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
3) Men vraagt den tienden term van elk der reeksen in n". l
opgegeven.
4) Als de 10de term van eene rekenkundige reeks van de derde
orde 1001 is en de eerste termen van de rijen der eerste ,
tweede en derde verschillen 7, 12 en 6 zijn, hoe groot is
dan de eerste term van die reeks.
5) Als de eerste term van eene rekenkundige reeks van de
derde orde 6 , de derde term 32 , de zesde term 221 en de
zevende term 348 is. hoe groot zijn dan de eerste termen
van de rijen der eerste , tweede en derde verschillen ?
6) Als de eerste term van eene rekenkundige reeks van de
tweede orde 5 , de vijfde term 29 en de eerste term der
eerste verschillen 3 is , vraagt men den eersten term der
tweede verschillen.
7) Van eene rekenkundige reeks van de tweede orde is de
eerste term 6, de zevende term 54 en de eerste term van
de rjj der eerste verschillen 3 is, hoe groot is dan de
20ste term van de eerste reeks ?
8) Van eene rekenkundige reeks , waarvan de «de term an^
-[- é» c is, is de derde term 25, de vijfde term 75 en
de zesde term 108. Men vraagt de waarde van a, b en c.
9) -A-ls gegeven is, dat de reeks 1 , 1, 13, 43 enz. ontstaan
is door in den vorm an® -(- bn^ -{- cn d achtereenvol-
gens voor n éen , twee, drie. vier enz. te substitueeren ,
hoe groot zijn dan «, b , c en tZ ?
10) Als de eerste term van eene rekenkundige reeks van de
tweede orde 1 is, de zevende en achtste term 15 en de
achtste en negende term 17 verschillende, hoeveel is dan de
eerste term van de rij der eerste verschillen ?
11) Als in eene rekenkundige reeks van de tweede orde de
som van den eersten . en tweeden term 26 , die van den
derden en vierden term 66 en het verschil van den zesden
en vijfden term 22 is , hoe groot is dan de twaalfde term ?
12) Als a , é en c de drie eerste termen van eene rekenkundige
reeks van de tweede orde zijn , wat is dan de tiende term
van die reeks ?
13) Men vraagt den twintigsten term van de rekenkundige reeks
van do derde orde, waarvan de eerste vier termen a, b,
G en d zijn.
14) In eene rekenkundige reeks van de tweede orde is de tweede