Boekgegevens
Titel: Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Deel: III
Auteur: Bolderman, H.J.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1889
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1324 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204273
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
in de laatste seconde de helft van den geheelen weg af te
leggen ? (De afgelegde weg in de eerste seconde gelijk
4,906 M. en in elke volgende seconde 9,812 M. meer dan
in de voorgaande te rekenen).
31) Iemand , die eenen weg van 275 K.M. moet afleggen, gaat
den eersten dag 50 K.M., en eiken volgenden dag 5 K.M.
minder dan den vorigen. Na hoeveel dagen zal hij op de
plaats zijner bestemming zjjn ?
82) Hoeveel termen moet men bij de reeks 3,6,9 enz. tot
42 nog voegen om te maken , dat de som tweemaal zoo
groot wordt als zij thans is ?
33) Hoeveel termen moet men tusschen 1 en 31 interpoleeren,
als het aantal geïnterpoleerde termen gelijk moet zijn aan
het verschil van de verkregen reeks ?
34) Als in eene rekenkundige reeks de eerste term door a, het
verschil door v, het aantal termen door n, de laatste term
door Z eji de som door s voorgesteld wordt, vraagt men
elk tweetal van die letters in de drie overige uit te drukken.
35) Men vraagt de rekenkundige reeks , waarvan men de ter-
men in volgorde in de eenheid moet deelen om eene har-
monische reeks te verkrijgen , waarvan de eerste term 60
en de vierde term 15 is.
36) Interpoleer tusschen de getallen 180 en 60 drie getallen ,
die met de gegevene eene harmonische reeks vormen.
meetkundige reeksen.
1) Zoek den lOden term van de meetkundige reeks, waarvan
de eerste term 3 en de reden 2 is.
2) Zoek den 5den term van de meetkundige reeks , waarvan
de 3<ie term 20 en de 6de term 160 is.
3) Zoek den 258ten term van de meetkundige reeks, waarvan
de 4de term 15 en de 7de term 16 is.
4) Men vraagt den laatsten term van de meetkundige reeks,
waarvan de eerste term 5 en de middelste term 20 is.
5) Hoe groot is de laatste term van eene meetkundige reeks,
als de eerste term 7 en de middelste term 17 is ?