Boekgegevens
Titel: Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Deel: III
Auteur: Bolderman, H.J.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1889
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1324 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204273
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
reeks, waarvan de eerste term 17 en de laatste of 20ste
term 150 is.
9) Zoek de som van de termen van de rekenkundige reeks,
waarvan de som der eerste drie termen 21 , de som der
laatste drie termen 426 en het aantal termen 30 is.
10) Zoek de som der evene getallen van 2 tot 100.
11) Druk de som van n termen van de reeks 1, 3,5,7 enz.
in eene fuctie van n uit.
12) Van welke reeks is de middelste van elk oneven aantal
termen één meer dan dat aantal termen ?
De tweede term is de middelste van drie termen en moet
dus hier 4 zijn ; de derde term is de middelste van vijf
termen en moet dus hier 6 zijn enz., in het algemeen : de
Tide term is de middelste van 2n—1 termen en moet dus
hier 2n zijn; substitueert men nu in 2n voor n achtereen-
volgens 1, 2, 3 enz,, dan vindt men den eersten, tweeden,
derden term enz. van de reeks.
13) Van welke reeks is de middelste term in het algemeen één
meer dan het dubbel van het aantal termen ?
14) Van welke reeks is de som van w termen gelijk aan «(n-^l) ?
15) Men vraagt den eersten term van eene rekenkundige reeks
van 20 termen, waarvan de som 1110 is, als bovendien
gegeven is, dat de laatste term 57 meer is dan de eerste
term.
16) Men heeft op een der beenen van eenen hoek van 30^ van
het hoekpunt afgerekend 20 deelen elk van 5 cM. uitgezet
en uit de deelpunten loodlijnen op het andere been neer-
gelaten. Men vraagt de som van die loodlijnen.
17) Op eenen weg AB heeft men 25 turven gelegd , de eerste
15 M. van A , de tweede 20 M. van A enz. , eiken volgen-
den turf 5 M. verder. Men vraagt hoeveel meter iemand
afleggen moet, die deze turven éen voor éen in eene mand
by A moet brengen.
18) Men heeft op een der beenen van eenen hoek van 45® tien
loodlijnen opgericht, waarvan elke twee op elkander vol-
gende eenen afstand van 1 cM. hebben. Als nu de som der
deelen van die loodlijnen , die tusschen de beenen van dien
hoek liggen , 6,5 dM. is , hoe ver ligt dan de voet van de
eerste loodlijn van het hoekpunt r*
19) Een atraal van eenen cirkel is in 25 gelijke deelen verdeeld