Boekgegevens
Titel: Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Deel: III
Auteur: Bolderman, H.J.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1889
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1324 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204273
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
51) 'g Morgens 8 uur gaat iemand van A naar B en 2 uur
later vertrekt een ander van B naar A, deze personen
ontmoeten elkander 15 minuten voor elf en zouden elkan-
der op het midden van den weg ontmoet hebben , indien de
bode uit A 2 uur later vertrokken was dan die uit B. Hoe
laat komt elk hunner op de plaats zijner bestemming?
52) Uit twee plaatsen P en Q vertrekken gelijktijdig twee per-
sonen in tegengestelde richting. Bij de ontmoeting heeft
de bode uit P 6 K.M. meer afgelegd dan de andere en hij
bereikt Q 2 uur 15 minuten na de ontmoeting, terwijl de
andere eerst 4 uur na de ontmoeting in P aankomt. Men
vraagt den afstand van P naar Q.
53) Om 24 H.L. water aan te voeren heeft eene buis 1 uur
40 minuten meer noodig dan eene andere, doch zou er
slechts 50 minuten meer dan de andere toe noodig hebben,
als beide buizen 4 L. meer per minuut konden aanvoeren.
Hoeveel voert elke buis per uur aan ?
54) Twee buizen kunnen te zamen eene kuip in 3 uur 12 mi-
nuten vullen. Als de eene de kuip 2 uur 40 minuten eer-
der vullen kan dan de andere, in hoeveel uur kan elke
buis dan de kuip vullen ?
55) Hoe diep staat het water onder den rand van eenen put,
als men eenen steen , die van den rand valt, na 4 seconden
in het water hoort plompen ? (De versnelling der zwaarte-
kracht gelijk 9,812 M. en de snelheid van het geluid gelijk
350 M. per seconde te rekenen).
56) Van welke hoogte moet een steen vallen , om in de laatste
seconde evenveel af te leggen , als in de vorige seconden
te zamen ?
57) Twee punten bewegen zich op de beenen van eenen rechten
hoek, het eene, dat 2 M. in de seconde aflegt, verlaat het
hoekpunt 1 seconde voor het andere, dat 4 minuten in de
seconde aflegt. Men vraagt na hoeveel seconden die punten
26 M. van elkander verwijderd zullen zijn.
58) Twee cirkels, waarvan de stralen 56 en 19 cM. zijn, be-
wegen zich met hunne middelpunten over de beenen van
eenen rechten hoek, de eerste, die 3 cM. in de seconde
aflegt, vertrekt 2 seconden later uit het hoekpunt dan de
andere, die 8 cM. in de seconde aflegt. Men vraagt wan-
neer die cirkels elkander zullen raken.