Boekgegevens
Titel: Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Deel: III
Auteur: Bolderman, H.J.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1889
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1324 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204273
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
betaald , en het eerste voor f 884 en het tweede met eene
2°/q grootere winst voor f 1007 verkocht. Men vraagt
hoeveel ten honderd hij op elk stuk wint.
42) Iemand heeft eenige obligatiën van f 100 nominaal, die
hij a pari gekocht heeft, voor f 1056 verkocht en bevindt
evenveel ten honderd verloren te hebben , als hij stukken
verkocht heeft. Tegen welken koers heeft hjj de obligatiën
verkocht ?
43) Een jongen moest een getal tot de derde macht verheffen ,
hij verminderde het cijfer der tientallen met éen en kreeg
daardoor 350170 te weinig. Men vraagt het opgegeven getal.
44) Als A 4 dagen meer noodig heeft dan B om zeker werk
alleen af te maken en beide te zamen het werk in 2/1, dag
verrichten kunnen , in hoeveel dagen kunnen dan A en B
het werk alleen gereed maken ?
45) Als A 10 dagen langer moet werken dan B om /" 120 te
verdienen en beide te zamen in 10 dagen f 54 verdienen ,
hoeveel verdient elk hunner dan per dag?
46) Als A 3 jaar langer moet sparen dan B om /" 900 over te
houden, en B in 18 jaren f 900 meer overhoudt dan A,
hoeveel spaart ieder hunner dan in een jaar?
47) Als twee personen , die elkander uit P en Q te gemoet
gaan , 3f uur na hun gelijktijdig vertrek samenkomen , in
hoeveel uur zal ieder hunner dan den weg PQ afleggen ,
als de eene daartoe 2 uur meer noodig heeft dan de andere.
48) Uit twee plaatsen P en Q vertrekken gelijktijdig en in
tegengestelde richting twee personen , die elkander na 3
uur ontmoeten. Als nu de eene 1 uur 6 minuten vroeger
in P dan de andere in Q aankomt, in hoeveel uur legt
ieder hunner dan den weg PQ af?
49) Een bode vertrekt uit A om over B naar C te gaan op
hetzelfde oogenblik dat een wandelaar zich uit B naar C
begeeft. Als nu de wandelaar na 3 uur ingehaald wordt
en 48 minuten langer dan de bode over eenen weg gelijk
AB loopt, na hoeveel uur is dan de bode in B ?
50) Een bode gaat van A naar B en ontmoet na 2 uur een
ander, die uit B vertrokken is op het oogenblik , dat de
eerste bode A verliet en in A aankomt 1 uur 40 minuten
vóór dat de eerste B bereikt. Als A 25 K.M. van B ligt,
hoeveel legt elk dezer boden dan in een uur af?