Boekgegevens
Titel: Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Deel: III
Auteur: Bolderman, H.J.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1889
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1324 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204273
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
7) Van welk getal is de logaritliraus 4 voor de basis 5? Van
welk getal is de logarithmus 7 voor de basis 2? Van welk
getal is de log. — 3 voor de basis | en van welk getal
is de logarithmus — J voor de basis 10?
8) Hoeveel is x als ^ log. .r == 3 ; ^log. x = 2, ' log. x = — 2
en 10 log. X = — ^ is ?
9) Hoeveel is num ^ log. 5; num i® log. 3; num ' log. —• 3 en
1
num ' log, — i?
10) Hoe groot moet de basis van een logarithmenstelsel zijn ,
als log. 16 = 4, hoe groot, als log. 4 = — 2, hoe groot,
als log. 5 = j en hoe groot, als log. 16 = 3 is ?
11) Men vraagt log a^b^, log. a-y^ é,log. l^aJ®,
log. en log. ° ^ in funetiën van log. a en log.
b uit te drukken.
12) Schrijf de logarithmen op van de beide leden van de ver-
gelijkingen :
(a -4-i)3 (c — d)S _ , . {a^ — a^ bo, .
X =. —I--; -i---»
a 1/ a 2 (é — c) 2 —
_ aS-[_^3 ^ _ g 2 -j- 6a& -f 96 2 ^^
13) Herleid de volgende uitdrukkingen :
log (2a+é+ log. (2« + 3é--^) en
14) Herleid log. iX { a iX (i l> c)}; log. 1/(a (i (c V^ d)));
en log. l> {(a2 —62r^(c2 —£ï2)'T(a_c) \
15) Waaraan is log. x gelijk als
a- = IX (10 ix- (10 (10 IX (10 V/ 10)))) is ?