Boekgegevens
Titel: Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Deel: III
Auteur: Bolderman, H.J.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1889
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1324 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204273
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
27) A en B, die 49 KM. van elkander verwijderd zijn en
elkander met eenparige snelheid te gemoet gaan , hebben
3 uur na het vertrek van B en één uur later weer eenen
afstand van 6 KM. Als A één uur vóór B vertrokken is,
hoe groot is dan ieders snelheid ?
2ö) A kan zeker werk in 3 dagen voltooien , als B hem eerst
7 dagen helpt, en B zou het in 6 dagen afmaken , als A
hem vooraf 5 dagen geholpen had. Bereken hieruit in hoe-
veel dagen A en B ieder afzonderlijk het geheele werk
kunnen voltooien.
29) Op eene lijn AB bevindt zich een punt P zoodanig, dat
het van A en B op gelijke afstanden verwijderd is, als het
1 dM. tot A nadert, en 2 maal zoover van A als van B
verwijderd is, als het 1 dM. tot B nadert. Men vraagt de
lengte van AB.
30) Op eene rechte lijn bevindt zich tusschen twee punten A en
B een punt P zoodanig , dat als A twee meter tot F na-
dert , AP = BP wordt, doch , waarin AP rr 2 BP wordt,
als B zes meter tot P nadert. Men vraagt de lengte van AB.
31) Drie personen A , B en C vertrekken na elkander uit P ,
en wel B tien minuten na A en C twintig minuten na B,
om zich naar Q te begeven. A legt 50, B 60 en C 70
M. per minuut af Als nu B, zoodra hij A ingehaald heeft,
diens snelheid aanneemt, wanneer zal hij dan door C inge-
haald worden Zou men hier niet kunnen vragen : wan-
neer zal A door C ingehaald worden, en dan de gegevens
van B geheel kunnen weglaten ?
32) Drie gelijke volkomen veerkrachtige ballen bewegen zich
met eenparige snelheid in dezelfde richting'op eene rechte
lijn , de eerste , die 1 M. vóór den tweeden is , legt 5 M.
in de minuut af, de tweede , die op hetzelfde oogenblik
2 M. vóór den derden is , legt 6 M. in de minuut af, terwijl
de derde 7 M. in de minuut aflegt. Men vraagt, wanneer
zal de derde tegen den tweeden botsen ? (Hierbij bedenke
men , dat gelijke volkomen veerkrachtige ballen na de bot-
sing van snelheid verwisselen ; als hier dus de tweede bal
tegen den eersten botst, zal hij de snelheid van den eersten
aannemen en aan dezen zijne snelheid mededeelen.)
33) Drie ivoren ballen van hetzelfde gewicht bewegen zich in
eene rechte lijn met eenparige snelheid in dezelfde rich-
Boldekmah , Algebra, Se st. 2