Boekgegevens
Titel: Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Deel: III
Auteur: Bolderman, H.J.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1889
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1324 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204273
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
8
en die gelijk aan | wordt, als men teller en noemer met
5 vermeerdert.
17) Zoek 2 getallen zoodanig, dat, als men het eene bij den
teller en het andere bij den noemer van de breuk op-
telt, die breuk gelijk aan een geheel of gelijk aan-ff wordt.
18) Als 5 HL. tarwe en 3 HL. rogge te zamen /■ 84 en 7 HL.
tarwe en 4 HL. rogge te zamen116 kosten , hoeveel moet
men dan voor 1 HL. van elk dier graansoorten betalen ?
19) Als men voor 4 KG. koffie en 5 KG. suiker f 10,40 en
voor 10 KG. koffie en 7 KG. suiker f 22,04 betaalt, hoe-
veel moet men dan voor 2 KG. koffie en 3 K.G. suiker
betalen ?
20) Zoek de breuk , die gelijk aan | wordt, als men haren
noemer en gelijk aan wordt, als men haren teller met
één vermeerdert.
21) Als 3 cM^. goud en 5 cM^. koper te zamen 102.3 G. en
7 cM'. goud en 3 cM^. koper te zamen 162 G. wegen, hoe-
veel weegt dan 1 cM® van elk dier metalen ?
22) Als A in 5 en B in 7 dagen te zamen f 20,50 en A in 3
en B in 10 dagen te zamen f 21 verdienen , wat is dan
ieders dagloon?
23) Als i van de bezitting van A met J van het vermogen
van B vermeerderd f 32000 bedraagt en \ van de bezit-
ting van A met | van die van B vermeerderd, insgelijks
f 32000 bedraagt, hoeveel bezitten dan A en B ?
24) Als 7,739 cM'. goud van een gehalte van 0.583 een ge-
wicht van 100 G. heeft, hoe groot is dan het soortgelijk
gewicht van goud en van het bijgevoegde koper ?
25) A en B, die 80 KM. van elkander verwijderd zijn en elkan-
der met eenparige snelheid te gemoet gaan , hebben 5 uur
na het vertrek van B nog eenen afstand van 3 KM. indien
A 2 uur vroeger dan B vertrekt; doch als B 2 uur vroe-
ger dan A vertrokken was, zouden ze 5 uur na het ver-
trek van A nog eenen afstand van 1 KM. hebben. Men
vraagt de snelheid van A en B.
26) Twee personen , die 66 KM. van elkander verwijderd zijn ,
zullen na 3 uur nog eenen afstand van 30 KM. hebben,
indien zij elkander te gemoet gaan , doch na denzelfden tjjd
nog eenen afstand van 60 KM. hebben , als zij beide in
dezelfde richting loopen. Men vraagt ieders snelheid.