Boekgegevens
Titel: Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Deel: III
Auteur: Bolderman, H.J.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1889
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1324 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204273
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van voorstellen ter oefening in de algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
7) Als in eenen driehoek , waarvan een der hoeken 60° is,
de zijde over dien hoek 19 cM. is en de beide andere zijden
5 cM. verschillen , hoe groot zijn dan die zijden ?
7) Men vraagt de beide kleinste zijden van eenen driehoek,
die eenen hoek van 120® heeft, als gegeven is, dat die
zijden 2 cM. verschillen en de grootste zijde 7 cM. is.
8) In eenen gelijkzijdigen driehoek , waarvan de zijde 8 cM.
is , is eene lijn , die een hoekpunt niet een punt van de
overstaande zijde verbindt, 7 cM. !Men vraagt de deelen,
waarin de zijde door dat punt verdeeld wordt.
9) Als de hypotenusa van eenen rechthoekigen driehoek 61
lengte eenheden bevat, door welke getallen worden dan de
rechthoekszijden uitgedrukt als het product van die getal-
len 660 is?
10) Als het aantal lengte-eenheden van de grootste zijde van
eenen driehoek, die eenen hoek van 120" heeft, 109 is,
door welke getallen worden dan de andere zijden uitge-
drukt , als het product van die getallen 2280 is ?
11) In eenen driehoek bevat een der hoeken 60" en de over-
staande zijde 49 lengte-eenheden. Men vraagt de getallen ,
die de andere zijden voorstellen , als het product van die
getallen 880 is.
12) Indien de beenen van eenen ongelijkbeenigen passer eenen
rechten hoek met elkander maken , is de lijn, die de uit-
einden verbindt, 17 cM.; maken de beenen echter eenen
hoek van 60", dan is de lijn, die de uiteinden verbindt,
13 cM. Hoe lang zijn de beenen van dien passer ?
13) Waardoor moet men 1878 deelen om 30 tot rest en 86 tot
som van deeler en quotiënt te verkrijgen ?
14) Als twee zijden van eenen driehoek te zamen 89 cM. zijn
en de projectie van eene van die zijden op de andere f van
de geprojecteerde zijde is , terwijl de derde zijde eene lengte
vau 41 cM. heeft, hoe groot zjjn dan de beide onbekende
zijden ?
15) Het vierkant van de som van 2 getallen verminderd met
het product van die getallen is 679 , en de som van de
vierkanten van die getallen verminderd met het product
van die getallen is 237 ; men vraagt die getallen.
16) Men vraagt eene breuk, waarvan het vijfvoud van den
teller en het viervoud van den noemer te zamen 87 zijn