Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 115 — ^
Terwijl zij dus getnoedlijk klagen,
Komt hun de knecht vertrouwlijk vragen:
,Wel, mannen! hoe hehaagt u 't hier?'—
„ „ Hoe 't ons hehaagt? — Zulk nachtkwartier
„ „ Kan ons in 't minste niet bekoren.
„„Wij hebben ons gezigt verloren:
„„Wij hooren wel, maar zien geen zier;
„„Zoo iets gebeurde ons nooit te voren.""—
jZijt ge ook bevreesd? — mij ziet gij tochT —
„„Heel best.""—
,Wel nu, dan ziet gij nog.
, Hoe vindt gij deze heiige Hallen ?'
„„Die zijn ons gansch niet meêgevallen.
„„Uw volkje riep straks luidkeels: ziet!
„ „ Hier zijn ze — bier de heiige Hallen!
„„En toch zien wij de Hallen niet.""—
, Gij wordt geplaagd door booze di-oomen.
jZiet gij dan niet die hooge boomen?' —
„„Volkomen goed; daar staan ze."" —
,Dat,
,Dat zijn de Hallenzuilen.' —
„„Wat!
„„Die slieten daar? — Zoek gij die zaken
„ „ Aan domme duivels wijs te maken:
„„Dat 'skool, en plompe scherts daarbij —
„„Die oude boomen kennen wij.
„„En naar die Hallenzuilen ijlen
„„Zoo velen dau verscheiden mijlen?
„ „ Dat goedje hebben wij bier zad.
„„Hoe oolijk is bet stadsvolk, dat
„„Zulk hout, dat we in den kagchel smijten,
„„Voor zuilenwerk hier uit komt krijten!'''" —
„Ja, Hans! dat mogt de droes verstaan.
„Maar, jonkman! toon ons nu eens aan
„Dat dak met millioenen sterren!" —
, Kijk op dan! — Zie of gij van verren