Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 87 —
„ „ Wat of haar dak en zuil beduidt ?
„„Al rek ik me op mijn teenen uit
„„Om regt uaauwkeurig rond te kijken,—^
,;„'kZie zuil noch dak, noch daksgelijken.""—
„Ik ook niet. Hans! Maar 't is gewis,
„ Dat matheid, vaak en duisternis
,/t Gezigt ons hebben doen verliezen." —
„„Ja, Nik! wij hebben 't voor de kiezen."" -
„Ach, Hans! ik zit in bittren nood." —
„„Ach, Nickeltje! waar ik maar dood!
„„Dat moordspektakel drukt me als lood
„„Op 'thart, nu 'k reizend naar de Hallen,
„ „ In zulke ellenden ben vervallen, —
„„Mijn' lust zoo pijnlijk zie geboet.""
Daar vangt weer 't vrouwtjen aan te zingen,
Met toonen die de ziel doordringen:
,Wees, zanger der natuur! gegroet
,Als opperpriester dezer Hallen! —
,Gij, wiens gezang ons 't leed verzoet,
,0 Moog ons loflied u gevalleij!'
Meer stemmen voegen zich daarbij.
Die, hemelseh schoon, in harmonij
Door 't stil gebergte wederschallen.
„„Nu, Nik! — een priester! — ziet gij dien?""—
„'k Heb niets,^—geen koster zelfs gezien.
„Maar hoor, dat volkje, zou ik meenen,
„Mijn harte vriend! heeft ons 't gedaan :
„'t Gezang klinkt schoon, ja, 't pakt mij aau,
„En rilt me als koortskou door de beenen."—
„„Mij ook, en 'k zou naar Ghristenpligt
(„ „'k Zeg gul weg wat me op 't harte ligt)
„„Mijn stem met hunne stem vereenen,
„ „ Maar 't ontuig van bun wereldseh lied
„„Staat, Nikje! in ons gezangboek niet.""