Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 115 — ^
Eens henen wilde naar dat oord.
Toch bleef wat hij had voorgenomen
Hem vastgeworteld in den zin;
En lag hij 's nachts soms luid te droomen.
Er kwam wat van die Hallen in.
En wat gebeurt? Nog naauw gezeten
Aan 't hangoor, om een krasse soep
Van erwten, worst en uijen te eten.
Treedt iemand plotsling op zijn stoep
En bonst op 't zijraam met den roep:
„Op, Hans! op! naar de heiige Hallen!
„Afaar, kameraad! op 't oogenblik."
„„Gansbloed!"" schreeuwt Hans, en laat van
Den volgeschepten lepel vallen: (schrik
„„Wat zegt gij, naar de heiige Hallen?
,,,,'kGa meé; kom binnen; 'k ben gereed;
„„Dit gloeijend ijzer moet gesmeed...
„,, Den knapzak, Griet! — wat boterhammen
„ „ Er in! — een knoestje spek daar bij !
„„En, lieve makker! klaar zijn wij..*.
„ „ Maar eerst de roerpijp aan te vlammen,
„ „ En dan den knoeststok in de hand,
„„En voorwaarts naar het wonderland!""
Daar trok mijn Hans op, met zijn' makker.
En riep bij 't gaan zijn meid nog toe:
„ „ Zorg dat mijn bouwknecht op den akker
„„Zijn pligten naar behooren doe!""
Zij stappen voort met vlugge schreden.
De zonnekar kwam zoetjes aan
Op de afgerende hemelbaan
Den westerslagboom toegereden.
Toen zij, het regthuis ingetreden
Op Tharand's grond, den herbergier
Nieuwsgierig vragen: „„waar zijn hier.