Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-79 -
Dat vleesch noch been van schimmen zigtbaar zij!
Hier stelt een diepe en sombre mijmerij
Ze ons Maar voor oogen.
De goede bes! men zag 't haar duidlijh aan.
Was bij 't verhaal nog innig aangedaan.
En heeft, misleid door ^igen' zinnewaan.
Ons niet bedrogen.
Is't wonder?— Neen. Geloof mij op mijn woord !
'k Zag meer, dan zij, in dit verbijstrend oord.
Ja, 't voorgeslacht er leven, «ongestoord ,
Gelijk voordezen.
In 't kerkjen zelfs verdrong me een groote schaar.
Een monnik stond, met statiglijk gebaar,
In priestertooi, voor een verlicht altaar.
De Mis te lezen.
lïonde ook uw oog geen schimmen gadeslaan?
Spreek!.zaagt gij zelf, bij 't her-en derwaards gaan.
Den Heer des slots niet dikwijls voor u staan.
Met grijze haren?
Zaagt ge in 't salet geen' lieven maagdenstoet.
En ridders, fier op onverbasterd bloed,
Om 's ouden disch, met een verheugd gemoed.
Zich zamenparen?
Een talloos heer lakkeijen zwoegde in 't rond.
Zij traden niet, maar zweefden langs den grond.
Om bliksemsnel den wensch van oog of mond
Schier te achterhalen. ^
Wat rammelde elk met lepel, vork en bord!
Maar toch niet een schoot in zijn' pligt te kort.