Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
-- -
iDu tnorg^en is de koets gehuurd ^
Die me uit log[eereu rijdt. —
Hy Mopt steeds harder j hoor hoe 't bonst!" ■
Al wierdt ^ als een spin.
Uw razen, vriendtjen, is om zonst,
Wy laten niemand in. —
Maar pof! — met nieuwen stootjop stoot
En schrikkelijk gedruiseh.
Valt de uit- en afgeweerde Dood
Met deur en al in 't huis.
Geen deur weerstaat er aan zijn hots^
Geen slot dat baten kan^
Voor hem springet bout en heng^sel los,
En wip! daar is de man!
BILDEaSIJK.
DE IVIEUWE ROK.
„Wat smaakrolkleed! wat heerlijk laken» keurig fijn!
5, Pïu vriend, daar zal de prijs naar zijn." —
>Slechl8 twintig guldens de el.-«Dat 's duur...",Maar op
„O! dan hebt ge uwen rok voor niet." (krediet.*-