Boekgegevens
Titel: Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Auteur: Immerzeel, Johannes
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1838
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 398 : 2e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204266
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichten, bijzonder voor de declamatie
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 6S —
Zy werd door een gewijde hand
Uit 's levens stormzee opgedoken:
't Juweel, zijn kerker uitgebroken.
Praalt reeds by 't eeuwig diamant.
Daar ligt hy dan met slappe wieken.
Die nooit verwonnen Amstelzwaanl
Die Vorst der zilvren waterbaan
Van avondwest tot morgenkrieken!
Daar ligt wien niemand was gelijk;
De luitstift is zijn hand ontvallen;
Daar ligt, die grooter was dan allen,
Daar ligt de groote Bilderdijk!
Ily, Koning onzer Dichterwareld,
Ily ligt daar, van zijn kroon beroofd,
Mnar van een kroon, die op zijn hoofd
Met bloed noch tranen was bepareld.
Of deed hy uit het boezemdiep
Een traan ons langs de wangen druppelen,
't Was, als zijn toon de ziel deed huppelen
En tranendaauw van wellust ichiep!
Ily zwijgt, die mond vol Hemelweelde,
Die nog in 's levens winternacht
Een lied ons zong, vol jonglingskracht,
Waar Morgenlandsche lucht in speelde.
Hy zong de vale velden groen,
Al zwegen buiten de orgelkelen:
Er schitterde in zijn diehttafreelen
Een eeuwig jeugdig Meisaizoen.
Hy bragt een keur van Dichterlover,
Met smaak op vreemden grond vereend.
Of 'tOssiaansch gebergte ontleend,
In Hollands hof met woeker over.
S